De EU AI-verordening (Verordening 2024/1689) trad op 1 augustus 2024 in werking na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie. De verordening wordt gefaseerd van toepassing: niet alle verplichtingen gelden tegelijk. Wie op basis van een verkeerde datum handelt, loopt het risico te vroeg of te laat te zijn. Dit artikel geeft een overzicht van de officiële tijdlijn, inclusief de meest recente wijzigingen door het Digital Omnibus-akkoord van 7 mei 2026.

2 februari 2025: verboden praktijken en AI-geletterdheid

De eerste verplichtingen werden van kracht op 2 februari 2025. Vanaf die datum zijn de verboden praktijken uit artikel 5 van toepassing. Het gaat om acht categorieën AI-systemen die niet langer op de markt gebracht, in gebruik gesteld of gebruikt mogen worden in de EU. Voorbeelden zijn systemen die gebruikmaken van subliminale technieken om gedrag te manipuleren, sociale scoresystemen, en real-time biometrische identificatie in openbare ruimten voor rechtshandhavingsdoeleinden.

Tegelijk trad op 2 februari 2025 de AI-geletterdheidsplicht uit artikel 4 in werking. Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken zijn verplicht ervoor te zorgen dat hun medewerkers over een toereikend niveau van AI-geletterdheid beschikken. Die verplichting geldt ongeacht de risicoclassificatie van de AI-systemen die zij inzetten.

2 augustus 2025: GPAI-verplichtingen en governance

Op 2 augustus 2025 werden de regels voor AI-modellen voor algemene doeleinden (GPAI) van toepassing. Aanbieders van GPAI-modellen moeten voldoen aan technische documentatievereisten, transparantieverplichtingen en, voor modellen met systeemrisico, aanvullende eisen rondom veiligheidsbeoordelingen. De praktijkcodes voor GPAI moesten uiterlijk 2 mei 2025 gereed zijn.

Eveneens per 2 augustus 2025 moesten lidstaten hun nationale bevoegde autoriteiten aanwijzen en de governance-structuur op EU-niveau, waaronder de AI-Board, het wetenschappelijk panel en het adviesforum, operationeel zijn. Ook zijn de sanctieregels van de lidstaten vanaf die datum van toepassing.

Aanbieders van GPAI-modellen die vóór 2 augustus 2025 al op de markt waren gebracht, hebben op grond van artikel 111 lid 3 van de verordening tot uiterlijk 2 augustus 2027 de tijd om aan de verplichtingen te voldoen.

2 augustus 2026: start handhaving en transparantieverplichtingen

Op 2 augustus 2026 treedt het overgrote deel van de verordening formeel in werking. Handhaving op nationaal en EU-niveau start officieel. De transparantieverplichtingen uit artikel 50, zoals de verplichting om gebruikers te informeren over interactie met AI-systemen, worden van toepassing. Lidstaten moeten bovendien per die datum ten minste één AI-testomgeving voor regulering (regulatory sandbox) operationeel hebben.

Voor hoog-risico AI-systemen die staan vermeld in Bijlage III (zogenoemde zelfstandige hoog-risico systemen, zoals toepassingen in rekrutering, kredietscoring, onderwijs, rechtshandhaving en grensbeheer) gold oorspronkelijk ook 2 augustus 2026 als toepassingsdatum. Door het Digital Omnibus-akkoord is deze datum verschoven naar 2 december 2027.

Digital Omnibus: akkoord van 7 mei 2026

Op 7 mei 2026 bereikten het Europees Parlement en de Raad van de EU een voorlopig politiek akkoord over de Digital Omnibus inzake AI. Het akkoord bevat gerichte wijzigingen op de AI-verordening, gericht op vereenvoudiging en een soepelere invoering.

De meest ingrijpende wijziging betreft de deadlines voor hoog-risico AI:

  • Bijlage III-systemen (zelfstandige hoog-risico AI in sectoren zoals onderwijs, arbeidsmarkt, rechtshandhaving en grensbeheer): verplichtingen gelden vanaf 2 december 2027 in plaats van 2 augustus 2026.
  • Bijlage I-systemen (hoog-risico AI ingebed in gereguleerde producten, zoals medische hulpmiddelen, machines en voertuigen): verplichtingen gelden vanaf 2 augustus 2028 in plaats van 2 augustus 2027.

Het akkoord is voorlopig en dient formeel te worden aangenomen door het Europees Parlement en de Raad. Formele adoptie wordt verwacht vóór 2 augustus 2026. Na publicatie in het Publicatieblad treedt de wijziging drie dagen later in werking.

Wat blijft ongewijzigd

De verboden uit artikel 5, de geletterdheidsplicht uit artikel 4 en de GPAI-verplichtingen vallen buiten de reikwijdte van de Digital Omnibus en blijven op de oorspronkelijke datums van toepassing. De transparantieverplichting uit artikel 50 lid 2, de zogenoemde watermarkingsverplichting voor synthetische content, is via het Omnibus-akkoord met vier maanden uitgesteld naar 2 december 2026.

Overgangstermijnen voor bestaande systemen

Voor systemen die reeds op de markt zijn, gelden afzonderlijke overgangsbepalingen in artikel 111. Hoog-risico AI-systemen die vóór de toepassingsdatum in gebruik zijn gesteld en daarna geen aanzienlijke wijzigingen ondergaan, vallen in beginsel buiten de onmiddellijke nalevingsplicht. Voor systemen die door overheidsinstanties worden gebruikt, geldt een uiterste datum van 2 augustus 2030.

Verdere evaluatiemomenten

De Europese Commissie evalueert uiterlijk op 2 augustus 2028 onder meer de lijst van hoog-risico toepassingen in Bijlage III, de werking van het AI-bureau en de governance-structuur. Grote IT-systemen die zijn opgesomd in Bijlage X en vóór 2 augustus 2027 in gebruik zijn gesteld, moeten uiterlijk op 31 december 2030 in overeenstemming zijn met de verordening.