Artikel 50 van de EU AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689) legt transparantieverplichtingen op aan aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen die direct contact hebben met mensen of AI-gegenereerde inhoud produceren. De bepalingen gelden vanaf 2 augustus 2026 en zijn van toepassing op vrijwel elke organisatie die een chatbot, generatieve AI-tool of synthetische media inzet via een digitaal kanaal. Anders dan de eisen voor hoog-risico AI-systemen zijn deze verplichtingen niet uitgesteld door het AI Omnibus-akkoord (met uitzondering van de machineleesbare markeringsverplichting van lid 2, waarvoor een overgangsperiode tot 2 december 2026 geldt voor systemen die vóór augustus 2026 al op de markt zijn).

Vier verplichtingen op een rij

Artikel 50 bevat vier zelfstandige verplichtingen, elk gericht op een ander type systeem of gebruikscontext:

Lid 1 richt zich op aanbieders van AI-systemen die bedoeld zijn om rechtstreeks met mensen te communiceren, zoals chatbots en spraakassistenten. Zij moeten hun systemen zo ontwerpen en ontwikkelen dat gebruikers worden geïnformeerd dat zij met een AI-systeem interageren, tenzij dit voor een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige persoon evident is vanuit de omstandigheden en gebruikscontext.

Lid 2 verplicht aanbieders van generatieve AI-systemen, waaronder AI-modellen voor algemene doeleinden die synthetische audio, beeld, video of tekst produceren, de outputs te markeren in een machineleesbaar formaat zodat deze detecteerbaar zijn als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. De gehanteerde technische oplossingen moeten doeltreffend, interoperabel, robuust en betrouwbaar zijn voor zover technisch haalbaar.

Lid 3 verplicht gebruiksverantwoordelijken van systemen voor emotieherkenning of biometrische categorisering de betrokken personen te informeren over de werking van het systeem en persoonsgegevens te verwerken conform de AVG.

Lid 4 verplicht gebruiksverantwoordelijken die een AI-systeem inzetten voor het genereren of manipuleren van deepfakes, kenbaar te maken dat de inhoud kunstmatig is gecreëerd of gemanipuleerd. Een vergelijkbare bekendmakingsplicht geldt voor door AI gegenereerde of bewerkte tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang, tenzij de inhoud een inhoudelijk menselijk toetsingsproces heeft doorlopen en een natuurlijke of rechtspersoon redactionele verantwoordelijkheid draagt.

Wat geldt als een deepfake?

De verordening definieert een deepfake als beeld, audio of video die aanzienlijk lijkt op bestaande personen, voorwerpen, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen en voor een persoon ten onrechte authentiek of waarachtig kan lijken. De bekendmakingsplicht geldt ongeacht de bedoeling om te misleiden: ook synthetische media zonder frauduleus oogmerk vallen onder de verplichting zodra aan deze definitie is voldaan. Voor kennelijk artistieke, creatieve, satirische of fictieve werken geldt een beperktere verplichting: volstaan kan worden met het openbaarmaken van het bestaan van de gegenereerde of bewerkte inhoud, op een wijze die de weergave of het genot van het werk niet belemmert.

Wanneer en hoe informeren

Artikel 50 lid 5 bepaalt dat de informatie uiterlijk op het moment van de eerste interactie of blootstelling op duidelijke en te onderscheiden wijze aan de betrokken personen wordt verstrekt. De informatie moet voldoen aan de toepasselijke toegankelijkheidseisen. Een vermelding in de algemene voorwaarden of een klein lettertype onderaan een pagina volstaat dus niet. Voor chatbots betekent dit een zichtbare melding in de openingsboodschap of direct bij de eerste interactie; voor AI-gegenereerde beelden of video's een zichtbaar label bij de inhoud zelf.

Uitzondering voor wetshandhaving en redactionele verantwoordelijkheid

De verplichtingen van artikel 50 gelden niet wanneer het gebruik wettelijk is toegestaan voor het opsporen, voorkomen, onderzoeken of vervolgen van strafbare feiten, met inachtneming van passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van derden. Systemen die voor het publiek beschikbaar zijn om een strafbaar feit te melden, vallen wél onder de meldingsverplichting van lid 1.

Voor AI-gegenereerde tekst over aangelegenheden van algemeen belang geldt een uitzondering wanneer de inhoud een inhoudelijk menselijk toetsingsproces heeft doorlopen én een identificeerbare persoon of organisatie redactionele verantwoordelijkheid draagt. Alleen spellingcorrectie of een oppervlakkige controle is onvoldoende; de toetsing moet substantieel zijn en specifiek betrekking hebben op de inhoud van de tekst.

Machineleesbare markering en de praktijkcode

Lid 2 vereist dat outputs van generatieve AI-systemen machineleesbaar worden gemarkeerd. Het AI-bureau van de Europese Commissie faciliteert de ontwikkeling van een vrijwillige praktijkcode om aanbieders en gebruiksverantwoordelijken te helpen bij de praktische invulling van deze verplichting. Een tweede ontwerp van deze praktijkcode werd in maart 2026 gepubliceerd; de definitieve versie wordt verwacht in juni 2026, voorafgaand aan de toepassingsdatum van 2 augustus 2026. De code is een vrijwillig instrument, maar kan door toezichthouders en rechters als referentie worden gebruikt bij de beoordeling van naleving. Elementen die in de praktijkcode worden uitgewerkt, zijn onder meer een gestandaardiseerd EU-label voor AI-gegenereerde inhoud, een onderscheid tussen volledig AI-gegenereerde en AI-ondersteunde inhoud, en technische normen voor watermerken en metagegevens.

Handhaving en boetes

Niet-naleving van de transparantieverplichtingen van artikel 50 kan worden bestraft met een bestuurlijke boete van maximaal 15 miljoen euro of, indien dat meer is, 3% van de wereldwijde jaaromzet. In Nederland wordt de handhaving van de AI-verordening belegd bij aangewezen nationale toezichthouders. Het Nederlandse kabinet heeft in april 2026 een wetsvoorstel voor consultatie opengesteld om de nationale toezichtsstructuur te regelen.

Wat organisaties nu kunnen doen

Organisaties die AI inzetten via digitale kanalen kunnen de volgende stappen zetten ter voorbereiding op 2 augustus 2026:

  • Breng in kaart welke AI-systemen onder artikel 50 vallen: chatbots, generatieve tools, systemen voor emotieherkenning en deepfake-generatoren.
  • Bepaal per systeem of een aanbiedersverplichting (lid 1 of 2) of een gebruiksverantwoordelijkenverplichting (lid 3 of 4) van toepassing is.
  • Ontwerp zichtbare, toegankelijke meldingen en labels die uiterlijk bij het eerste contact worden getoond.
  • Toets of AI-gegenereerde tekst over publiek belang substantieel menselijk is getoetst voordat een beroep op de redactionele uitzondering wordt gedaan.
  • Volg de definitieve praktijkcode en eventuele richtsnoeren van de Europese Commissie zodra deze gepubliceerd zijn.